De Gouden Eeuw begint in Haarlem
Maandag 13 Oktober 2008 at 8:11 pm. Op zondag 26 oktober 2008 wordt er speciaal voor de bewoners van de Heiligelanden een ontvangst met rondleiding gehouden bij de tentoonstelling De Gouden Eeuw begint in Haarlem. Met deze tentoonstelling wil het museum inzichtelijk maken dat de schilderkunst juist in de stad Haarlem revolutionaire ontwikkelingen heeft doorgemaakt. Aan het eind van de 16e eeuw ontstond er een snelle economische groei die grote welvaart bracht, ook binnen de middenklasse. Veel vroeger dan in andere steden leidde dit tot een totaal ander soort koperspubliek en andere opdrachtgevers dan voorheen. Hierdoor is in ca. 20 jaar tijd een totale verandering van onderwerpen in de schilderkunst te zien. Artistiek gesproken is Haarlem dan ook de bakermat van de Gouden Eeuw.Door de voortdurende strijd op het grondgebied van de Zuidelijke Nederlanden en de dreiging van de inquisitie emigreerden veel ondernemende burgers met name vanuit Antwerpen naar steden in de Noordelijke Nederlanden. Haarlem was de belangrijkste bestemming. In 1622 bestond de helft van de Haarlemse bevolking uit Vlamingen, waaronder ook veel kunstenaars. Deze immigranten maakten met hun kennis, kapitaal en handelscontacten van de textielnijverheid een zeer bloeiende tak van industrie.
De explosieve groei van de Haarlemse economie kwam aanvankelijk slechts de rijke ondernemers ten goede. Maar vanaf 1600 kwam een gegoede middenklasse op die in de rijkdom ging delen. Met name de Doopsgezinden onder hen waren geïnteresseerd in techniek, wetenschap en kunst. Zij vooral maakten Haarlem tot een dynamische, moderne stad. De nieuwe, snel groeiende groep rijke burgers en welvarende handelslieden diende zich aan als de nieuwe kunstkopers. Zij verleenden geen opdrachten voor grote bijbelse en mythologische voorstellingen; de eigen directe leefwereld van de burger werd het nieuwe onderwerp: de stad, de Grote of St. Bavokerk, het afwisselende landschap in de omgeving van Haarlem, het dagelijks leven, gebruiksvoorwerpen en etenswaren. Deze burgers lieten zichzelf in hun nieuw verworven status zelfbewust afbeelden in (groeps-)portretten. Frans Hals werd de geniale meester die een revolutionaire doorbraak teweeg bracht. Hij wist natuurlijke beweging in zijn portretten te brengen en individuele expressie van mensen in een sprekende gelijkenis te vangen.
Schilders profileerden zich als specialist. Zo konden zij naamsbekendheid verwerven en een klantenkring opbouwen. De klandizie bleef niet beperkt tot Haarlem alleen. Al spoedig hadden de Haarlemse schilders zo’n grote reputatie verworven dat kunstkenners, kunsthandelaren en agenten van buitenlandse vorstelijke verzamelaars in Haarlem inkopen kwamen doen.
Esaias van de Velde, Jan van Goyen, Salomon van Ruysdael en Pieter de Molijn verkenden de schilderachtige omgeving van Haarlem. Hun indrukken verwerkten zij in hun atelier tot realistische landschapsschilderijen. Esaias van de Velde, Willem Buytenwech en Dirck Hals – de jongere broer van Frans Hals – legden in hun ‘buitenpartijen’ en ‘vrolijke gezelschappen’ de basis voor de genreschilderkunst. Adriaen Brouwer introduceerde het boerengenrestuk daarin gevolgd door Adriaen en Isaack van Ostade. Pieter Claesz maakte met het zogenaamde ‘monochrome banketje’ stillevens met etenswaren en vaatwerk in sobere tinten. De architectuurspecialist Pieter Saenredam koos voor bestaande bouwwerken, zoals de Grote of St. Bavokerk, die hij op basis van mathematische studie weergaf in een harmonieus lijnenspel.
Tentoonstelling
De inrichting van de tentoonstellings heeft een ‘google earth’ -achtige opzet. Zij ‘zoomt’ als het ware in op Haarlem in de Gouden Eeuw: de bezoeker nadert Haarlem vanaf de zee, langs de duinen, bleekvelden en omliggende dorpen. De stad doemt op en men maakt kennis met de bewoners van Haarlem. Er wordt gekeken naar hun interieur en zelfs naar wat er bij hen op tafel staat, gevangen in stillevens. Alle genres komen zo aan bod.
‘De Gouden Eeuw begint in Haarlem’ bevat vele topstukken van onder anderen Frans Hals, Salomon van Ruysdael, Jacob van Ruisdael, Pieter Saenredam, Jan Steen en Pieter Claesz uit belangrijke museumcollecties en particuliere verzamelingen, aangevuld met sleutelstukken uit de eigen collectie. Het museum is er bijzonder trots op dat Frans Hals vertegenwoordigd wordt met 20 schilderijen, waaronder ‘De vrolijke drinker’ uit het Rijksmuseum en de vermaarde ‘Jongeman met schedel’ uit de National Gallery in Londen. Het is de afscheidstentoonstelling van conservator Oude Kunst Pieter Biesboer, die al 32 jaar aan het museum verbonden is.
Film
De Amsterdamse documentairemakers Hans Quatfass en Ineke Brinkmann van RQB-Groep brengen in het najaar de film FRANS HALS, snapshots uit het verleden uit, gemaakt in samenwerking met de AVRO. Deze zal op de tentoonstelling te zien zijn. De documentaire toont het leven van Hals in de stad Haarlem en de invloed van Frans Hals op de ontwikkeling van onze beeldcultuur.
Catalogus
Bij de tentoonstelling verschijnt een catalogus waarin Pieter Biesboer, conservator Oude Kunst en samensteller van de tentoonstelling, uitgebreid zal ingaan op de belangrijke rol die Haarlem heeft gespeeld in de schilderkunst van de Gouden Eeuw. (Verkoopprijs soft cover € 24,95, 192 pagina’s, 137 kleurenafbeeldingen, NAi Uitgevers, Rotterdam)
Evenementen
Rond de tentoonstelling is een programma van verschillende evenementen, lezingen en rondleidingen in voorbereiding, zie ook www.franshalsmuseum.nl.
Samenwerking
De tentoonstelling wordt georganiseerd in samenwerking met de Kunsthalle der Hypo-Kulturstiftung in München, waar ze van 13 februari tot en met 7 juni 2009 te zien zal zijn.
Subsidie en sponsoring
De expositie wordt mogelijk gemaakt met financiële steun van: VSBfonds, ABN AMRO bank, Christie’s, Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds De Haas, Frans Hals Stichting, de Kattendijke/Drucker Stichting, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting, Stichting Pieter Haverkorn van Rijsewijk, J.C. Ruigrok Stichting, MSD BV, Stichting Zabawas en de Gemeente Haarlem.
Eén reactie
Parralel aan een oude belangrijke zuid-noord verbinding [Grote Houtstraat] op een oude strandwal van 1,5 meter boven NAP ligt het oude hart van Haarlem ligt op een steenworp afstand van het Frans Hals museum tussen de Gasthuisvest en de Gedempte Oude Gracht het Klein Heiligland. De naam komt voor het eerst voor in geschriften uit 1355. Er ligt dan een klooster van de heren van Sint -Jan tussen het Groot Heiligland en de Kleine Houtstraat . In 1375 wordt er in oude akten de naam 'heilighe lant' gebruikt voor dit gebied. In die tijd verdwijnen de boerenhofsteden uit de Heiligelanden en vestigen er zich steeds meer ambachtslieden in het gebied buiten de muur. De stadsmuur ligt in die tijd nog aan de Oude Gracht. Aangezien Haarlem groeit en er zich steeds meer mensen zich gaan vestigen in de stad, moeten de stad vergroot worden en wordt Kamper, Gasthuis en Raam -vest gegraven en begon men aan een nieuwe stadsmuren waardoor de Heiligelanden binnen de stadsmuren komen te liggen.
Leuk, dat willen wij ook. Lees hoe het afliep op http://www.herni.net/?p=3309
Jos Herni (URL) - 13-10-’08 21:24